Vlak of rond personage

In verhalen zijn er grofweg twee vormen van personage: vlakke en ronde karakters; ook wel naar de Engelse termen: flat en roundcharacters.

Een rond personage:

  • maakt een ontwikkeling door in het verhaal;
  • heeft zowel goede als slechte eigenschappen;
  • is niet in een paar woorden te omschrijven, juist omdat je zoveel eigenschappen van dit karakter kent;
  • is realistisch en levensecht;
  • kan onvoorspelbaar zijn;
  • is meestal een van de hoofdpersonen.

Een vlak personage:

  • is op papier beperkt ontwikkeld en nogal eenzijdig;
  • heeft vaak maar één of twee eigenschappen, bijvoorbeeld ‘jaloers’, of ‘zorgzaam’;
  • is makkelijk in een paar woorden te omschrijven, want veel meer weet je niet van dit karakter;
  • is eerder een ‘papieren personage’;
  • is nogal voorspelbaar;
  • is meestal een bijfiguur, geen hoofdpersoon – behalve in korte verhalen, daar kan ook een hoofdpersoon flat zijn omdat er niet genoeg ruimte is om een personage volledig te leren kennen.

Sprekende namen

Heb je Harry Potter gelezen? Dan ken je vast juffrouw Plijster nog wel. Zij is een personage met een sprekende naam: ze is een verpleegster. In de Harry Potter-reeks wemelt het van de sprekende namen.

Hoe beschrijf je personages in een roman? Neem er een die je hebt gelezen of ga er gewoon nog een lezen. Je geeft antwoord op de volgende vragen:

  1. Wie zijn de belangrijkste personages in het verhaal? Maak een onderscheid in flat en round characters. Je noemt alleen de belangrijkste personages en die omschrijf je kort.
  2. Hoe leer je deze personages kennen? Door beschrijvingen, door uitspraken, door handelingen, of een combinatie daarvan? Geef voorbeelden! Noem het ook als je personages bijzonderheden hebben – sprekende namen bijvoorbeeld.
  3. Welke ontwikkeling maakt de hoofdpersoon door?