5x er

En dan is daar nog het lastige woordje er.

Je staat er niet vaak bij stil dat we het woordje ‘er’ zo vaak gebruiken. Laat staan dat je erover nadenkt waarom en wanneer je het gebruikt. Wat is bijvoorbeeld de functie van er in de volgende zin: ‘Ik heb er zin in’? Of in ‘Hij heeft er een paar verkocht’? Daar komt nog bij dat veel mensen het woord er onduidelijk uitspreken: als ur, met een sjwaklank (een toonloze e, als in de). Een andere manier om er uit te spreken, is d’r.

Een zin met alle vijf soorten van het gebruik van er: Ik heb er niet rustig kunnen werken, want er waren er velen die er niet aan dachten dat er alleen gefluisterd mocht worden.

Vormen toepassen ‘er’

1. Er lopen twee mannen op straat. Dit is er met een onbepaald onderwerp, namelijk twee mannen. Er wijst hier vooruit naar het ‘echte’ onderwerp en neemt de plaats in van grammaticaal onderwerp.

2. Ben je weleens in Amsterdam geweest? Nee, ik ben er nog nooit geweest. Hier vervangt er een plaats; in deze zin Amsterdam.

3. Hoeveel zussen heb je? Ik heb er twee. Dit is er met een woord van hoeveelheid. Je kunt ook zeggen ‘Ik heb twee zussen’ of ‘Twee’, maar niet ‘Ik heb twee’.

4. Kijk je weleens naar het journaal? Ja, ik kijk er iedere dag naar. Dit is er met een voorzetsel. Kijken naar is een vaste combinatie van een werkwoord met een voorzetsel. Bij dit soort combinaties gebruik je altijd er om een woord – in dit geval het journaal – te vervangen. Lastig, zoals wij het lastig vinden om te bepalen welk voorzetsel hoort in een andere taal. Want waarom zeg je in het Engels ‘I am waiting for the bus’ en in het Nederlands ‘Ik wacht op de bus’? En in het Frans gebruik je zelfs helemaal geen voorzetsel: ‘J’attends le bus’.

5. Er wordt in Nederland veel koffie gedronken. Dit is de laatste groep: er met een passiefconstructie. Weg gelaten is de’ door’ -bepaling.

En dan is er dus nog een restgroep. “Wat zie je er mooi uit! , ‘Wie is er aan de beurt?’ en ‘Mag ik er even langs?’ Of in uitdrukkingen en combinaties als ‘Het was erop of eronder’ en ‘Hij kreeg ervanlangs’. Dan kun je je ook nog afvragen in een combinatie of je deze met er aan elkaar moet schrijven of niet. Zoals eraan toekomen en ervan opaan kunnen.

Ik heb er2 niet rustig kunnen werken, want er1 waren er3 velen die er4 niet aan dachten dat er5 alleen gefluisterd mocht worden.

Er ingevuld in tekstjes: audio-opname