Woordgeslacht

Mannelijk, vrouwelijk of onzijdig. Weet jij het woordgeslacht?

Met woordgeslacht wordt bedoeld het onderscheid tussen de-woorden en het-woorden, en bij de-woorden soms het onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke woorden. Mannelijke en vrouwelijke woorden krijgen in het enkelvoud het lidwoord de, onzijdige woorden het lidwoord het. Elk zelfstandig naamwoord behoort tot een van die categorieën, maar sommige woorden kunnen meer dan één woordgeslacht hebben. Verkleinwoorden zijn in het enkelvoud altijd ‘het’-woorden, maar meervoudige verkleinwoorden zijn vrijwel altijd ‘de’-woorden. Bijv. “de trapjes”, “de prinsesjes”, “de kindjes”, “de flesjes”. Naar mannelijke woorden verwijs je met hij en zijn, naar vrouwelijke woorden verwijs je met ze of zij en haar en naar onzijdige woorden verwijs je met het en zijn. In geschreven taal ontstaat er weleens twijfel over de juiste verwijzingsvorm. Vaak dan voor een alternatieve formulering gekozen, bijvoorbeeld met die en deze.

De vereniging heeft haar leden geïnformeerd.

• Het bestuur heeft zijn besluit toegelicht.

Bij persoonsaanduidingen is het onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke de-woorden over het algemeen duidelijk. Namen voor mannelijke personen zijn mannelijke zelfstandige naamwoorden. Namen voor vrouwelijke personen zijn vrouwelijke zelfstandige naamwoorden. Het biologisch geslacht van het wezen komt met andere woorden overeen met het grammaticaal geslacht van het woord.

Een apart geval vormen de zogenaamde sekseneutrale zelfstandige naamwoorden. Dat zijn persoonsaanduidingen die zowel naar mannen als naar vrouwen kunnen verwijzen, zoals beklaagde, blinde, getuige, leerkracht, persoon, president.Als het biologisch geslacht niet duidelijk is of er niet toe doet, wordt meestal met mannelijke voornaamwoorden verwezen. Tenzij de schrijver het echt expliciet wil aangeven.

In een aantal woorden zit verschil tussen het noordelijk deel en zuidelijk deel van Nederland. Diernamen (hond, kat, muis, olifant, slang) worden in het noorden van Nederland over het algemeen als mannelijk beschouwd, zelfs als het van oorsprong vrouwelijke woorden betreft. Mannelijke diernamen krijgen mannelijke voornaamwoorden tenzij het biologisch geslacht duidelijk vrouwelijk is : de hond heeft haar jongen net gezoogd. Een aantal diernamen zijn het-woorden (konijn, paard, schaap, varken). Naar die diernamen wordt in heel Nederland verwezen met de onzijdige voornaamwoorden het en zijn

Een aantal vrouwelijke woorden is aan de vorm te herkennen: woorden op -de, -te, -heid, -ij, -ing, -ie, -theek, -teit en -nis zijn doorgaans vrouwelijk. Ook de-woorden op -tuur en -schap worden over het algemeen als vrouwelijk beschouwd.