Woordbeeld

THEMA: samenstellingen: nieuwe woorden verzinnen. Maak een werkstuk naar aanleiding van een woordsamenstelling van twee zelfstandig naamwoorden (kijk in het woordenboek), die samen ook een weer een zelfstandig naamwoord vormen.

Kreefttelefoon
Bontkopje

Hiernaast zie je de ‘Kreefttelefoon’ uit 1936, van de Spaanse kunstenaar Salvador Dalí. Het is een verrassend beeld omdat je deze combinatie van een telefoon met een kreeft als hoorn niet verwacht. Het beeld hoort tot de kunststroming surrealisme. In die stroming werd gezocht naar middelen om fantasieën, dromen, onwerkelijke en onbewuste dingen te verbeelden. Daardoor ontstonden onverwachte en onvoorspelbare kunstwerken. Zo werden bijvoorbeeld alledaagse voorwerpen op een niet-alledaagse manier met elkaar verbonden.
Rechtsboven zie je nog een verrassende combinatie: ‘Ontbijt in bont’ (1936), van de surrealistische kunstenares Meret Oppenheim. Dit kunstwerk zet je, net als de kreefttelefoon, op het verkeerde been: beiden zijn gebruiksvoorwerpen, maar ze zijn niet meer functioneel. Dus: door vreemde combinaties van woorden, beelden en betekenissen krijg je interessante beelden.

OPDRACHT:

Je gaat woorden rijgen tot een nieuw woord en bijhorend nieuw, liefst verrassend, beeld.

ONTWERPPROCES:

Bloemenvaas

Hoe ziet je ontwerp eruit? Ori

Orientatie: Maak snelschetsen bij jouw moodbord. Dat heb je samengesteld van allerlei dingen die je verzamelt: plaatjes, liedteksten, persoonlijke verhalen, materialen, enzovoort. Beeldend onderzoek: werk twee of meer ideeën dieper uit in een beeldend onderzoek ( voorstelling en vormgeving) Werk een idee verder uit tot een definitief ontwerp. Ga het maken en documenteer ook waar je dingen anders bent gaan doen en waarom. Bewaar alles wat je onderzoekt, ook snelle schetsjes en ideeën waar je niets mee doet. Alles bij elkaar geef het een inkijkje in jouw werkproces. Hoe vind je het geworden? Wat doe je een volgende keer anders?

MATERIALEN:

Je mag zelf kiezen welk materiaal je gebruikt. Wel ga je je materiaal onderzoeken: vertel en ontdek waarom je materiaal zich wel of niet leent voor jouw werk. Verzamel zelf materialen en voorwerpen die je kunt gebruiken.

Evalueren

  • Heb je twee zelfstandig naamwoorden gebruikt? Heb je er een nieuw woord van gemaakt?
  • Is duidelijk te zien om welke woordsamenstelling het gaat?
  • Is te zien / te volgen hoe je de samenstelling hebt uitgewerkt?
  • Heb je bewuste keuzes gemaakt wat betreft de materialen en de beeldaspecten?
  • Is jouw werkstuk goed uitgevoerd en afgewerkt?