Spatiewoorden

Er zijn van die oorden die als één geheel aanvoelen en tóch met een spatie geschreven moeten worden – zoals wel degelijk en jammer genoeg. Het Nederlands kent heel veel lange samenstellingen: jarendertigwoning, langetermijneffecten, managementassistent, en nog oneindig veel meer van zulke bouwsels. Na je macrofotografieworkshop kun je een langeafstandsvlucht nemen om vanuit een vijfsterrenresort de mega-indrukwekkende onderwaterwereld van een derdewereldland in beeld te brengen: allemaal goed gespeld.

30 woorden waar een spatie in moet

  1. aan elkaar
    Gek genoeg schrijf je aan elkaar schrijven los. Net als bij elkaar, door elkaar, voor elkaar enzovoort.
  2. aller tijden
    Een echt dicteewoord. Het betekent letterlijk ‘van alle tijden, van altijd’.
  3. begane grond
    Misschien heb je er nog nooit over nagedacht dat dit de grond is die ‘begaan’ (‘belopen’) wordt.
  4. bij voorbaat
    ‘Bij voorbaat dank!’ Bij voorbaat schrijf je los. (Om het moeilijk te maken: bijvoorbeeld schrijf je aan elkaar).
  5. dan wel
    Moet je deze gevallen aan elkaar schrijven dan wel los schrijven? Dan wel (betekenis: ‘of’) is altijd los, in tegenstelling tot ofwel en oftewel. Die schrijf je dus wel aan elkaar.
  6. door middel van
    Net als van is door een voorzetsel. Zulke combinaties hebben spaties; vergelijk bij wijze van, op kosten van, te midden van. (Het is wel: iets doormidden zagen.)
  7. in plaats van
    Vergelijk door middel van. Hier zorgt het Engelse instead of misschien wel voor de verwarring.
  8. ja maar
    Nee maar, ja maar: vaak samen gezegd, toch losse woorden.
  9. jammer genoeg
    Welke combinaties één woord geworden zijn, is vaak moeilijk te voorspellen. Jammer genoeg is dat bij jammer genoeg nog niet het geval.
  10. kort geding
    Een geding dat kort is; in Nederland is dit een woordgroep en woordgroepen schrijf je met een spatie.
  11. maar ja
    In twee woorden. Dat lijkt arbitrair, maar nee.
  12. maar liefst
    Maarliefst staat maar liefst 400.000 keer op internet, en toch moet het met een spatie. Twijfel je? Kijk bij Onze Taal of Van Dale.
  13. normaal gesproken
    Normaal gesproken is een spatie in een vaste eenheid fout; in dit rijtje niet.
  14. nota bene
    ‘Let wel’, betekent nota bene letterlijk.
  15. onder meer
    Net als onder andere schrijf je dit los.
  16. onder water
    Alleen in samenstellingen verdwijnt de spatie uit onder water, zoals in onderwatercamera.
  17. op zich
    Het zou voor zich moeten spreken dat je zich niet aan een voorzetsel vast schrijft, op zich.
  18. op zoek
    Als ik iets opzoek, ben ik iets aan het opzoeken: als persoonsvorm is het dus één woord. Maar ben je op zoek naar iets, dan is het los, ook zonder vorm van zijn erbij: ‘Op zoek naar inspiratie?
  19. roestvrij staal
    Een aanrecht van roestvrij staal is een roestvrijstalen aanrecht – je moet het maar net weten.
  20. te goed
    Te goed schrijf je los: ‘Je bent te goed voor deze wereld en dat weet je maar al te goed!’ Een tegoed staat op je rekening. Je kunt ook iets tegoed hebben of houden of je ergens aan tegoed doen.
  21. te kort
    Zo is het ook : het is te kort dag en te kort hebben (‘We hebben handen te kort’: ‘te weinig’). Er kan een tekort (‘gebrek’) ergens aan zijn, en ook in alle vormen van bijvoorbeeld tekortdoen, tekortkomen en tekortschieten schrijf je tekort.
  22. te veel
    Meestal is het los; niet te veel nadenken dus. Alleen als teveel ‘overschot’ betekent, is het één woord: het teveel aan regels.
  23. tot nog toe
    Net als tot nu toe in drie losse woorden.
  24. van alles
    Na van volgt vrijwel altijd een spatie, dus ook in van alles. Vergeet de uitzonderingen maar even …
  25. van dien
    Pas op dat je niet laks gaat spellen, met alle gevolgen van dien (wat letterlijk ‘daarvan’ betekent).
  26. voor de hand liggend
    De Nederlandse spelling is grotendeels logisch en systematisch; helaas liggen niet alle schrijfwijzen altijd voor de hand.
  27. weder dienende
    Een wederdienst bestaat wel, maar wederdienen niet: het is ijs en weder dienende (‘als het ijs en het weer niet tegenwerken’).
  28. wel degelijk
    Er staat wel degelijk een spatie tussen wel en degelijk.
  29. zeg maar
    Zeg maar is zeg maar een van de meest gebruikte stopwoorden, al zijn het er feitelijk dus twee.
  30. zonder meer
    Dit rijtje is zonder meer lastig te onthouden. Toch wens ik je er veel succes mee!