Lezersgerichte aanpak

Hierbij vormen de reacties van de leerlingen naar aanleiding van een gelezen tekst het uitgangspunt. Op alle niveaus van lezen is het van belang om in te spelen op gedachten en vragen die lezers zelf hebben bij wat ze lezen.Centraal staan hun vragen over open plekken in het verhaal, over onduidelijkheden en oordelen over gedragingen van de hoofdpersonen. Het gaat dan om psychologische, morele en maatschappelijke vragen en het bespreken van lezerservaringen op het gebied van emotie en verbeelding. Het didactische zwaartepunt ligt hier op persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijke vorming.” (Witte, 2008,blz. 170).  In de bespreking van reacties die de tekst oproept, kunnen leerlingen van elkaar leren door verschillende interpretaties en oordelen te vergelijken. Hoe vul je als lezer open plekken in in een verhaal, hoe bedenk je hypotheses en stel je vragen. Daarnaast is het mogelijk om via vragen in te gaan op  belangrijke dilemma’s die in de fragmenten aan de orde komen, aan de waardering van keuzes die verhaalpersonen maken, aan onderliggende verhoudingen tussen verhaalpersonen, aan gevoelens en gedachten die door het verhaal worden opgeroepen. Het gaat in het gesprek om het samen ontwikkelen van verschillende betekenissen van de tekst. Die betekenissen kennen lezers aan de tekst toe, als zij opgaan in de tekstwereld en die proberen te begrijpen. Die betekenissen geven zij ook, als zij bedenken hoe de beschreven tekstwereld overeenkomt met hun eigen wereld, wat nieuw of anders is en hoe zij dat beoordelen. Dit past goed bij culturele vorming.

Ongeveer 15 pagina’s en dan bespreken met elkaar

  • is het fragment boeiend?
  • biedt het het fragment voldoende aanknopingspunten voor het stellen van een aantal belangwekkende vragen?
  • een pijnlijke of gevoelige situatie; een vreemde/bizarre situatie; een spannende situatie; een (in psychologisch opzicht) interessante situatie; herkenbare inhoud (verliefdheid, familiebanden, schuldgevoelens e.d.)
  • en bijzondere/moeilijk te begrijpen gedraging/reactie; een dubbelzinnig gevoel, tegenstrijdige overwegingen; een open plek die nieuwsgierigheid opwekt;
  • een sleutelfragment waarin een belangrijke wending plaatsvindt; en belangrijke keuzemoment voor de hoofdpersoon; een dilemma voor de hoofdpersoon; een bevrijding/doorbraak/ opdoemend inzicht
  • representatief voor enkele belangrijke thema’s uit het boek;
  • in een mooie, aangrijpende stijl geschreven.

Een gesprek op gang brengen om te verduidelijken, te verbreden, verdiepen, verklaren en om te vergelijken.

Langzaam lezen, vergelijkbaar met langzaam kijken

  • Vertel er eens wat meer over.
  • Geef eens een voorbeeld.
  • Wat lees je dan precies?
  • Wat vind je er kenmerkend aan?
  • Wat vind je er opvallend aan?
  • Wat denk jij dat er gebeurd is?
  • Wat denk je dat zijn of haar gevoelens daarbij zijn?
  • Hoe weet je dat?
  • Waar leid je dat uit af?
  • Waarop baseer je die uitspraak?
  • Zie je daar nog andere voorbeelden van?
  • Waar heeft dat mee te maken, denk je?
  • Hoe komt dat, denk je?
  • Wat zou een motief daarvoor kunnen zijn?
  • We hebben tot nu toe besproken hoe het voor die ene hoofdpersoon is. Hoe is het voor een andere hoofdpersoon?

Gesprek regisseren en de vaart erin houden

Zo min mogelijk parafraseren

  • Wie wil nog een antwoord geven?
  • Wie wil erop reageren?
  • Wie is het hiermee eens?
  • Kan iemand anders nog een voorbeeld geven?
  • Wie kan hier nog meer over vertellen?
  • Wie wil hier nog iets aan toevoegen?
  • Wie zou het anders zeggen?
  • Wie denkt er anders over?
  • Welk vraag zou je aan de voorgaande spreker willen stellen?
  • Wat wil je nog verduidelijkt krijgen?
  • Welke van de genoemde mogelijkheden spreekt jou het meest aan?
  • Welke van de genoemde argumenten vind je het belangrijkst?
  • We hebben het tot nu toe gehad over deze aspecten. Zijn er ook andere invalshoeken mogelijk?

Groepsgesprek

Je verkent verschillende mogelijkheden, je brengt onverwachte invalshoeken in, je vraagt en denkt door op bijdragen van anderen, je vergelijkt uitspraken met je eigen ervaringen, je zoekt naar verbreding, naar andere invalshoeken. De afronding van een gespreksonderdeel levert niet per se één gezamenlijke conclusie op. Het is goed, als je samen het onderwerp mooi verkend, verbreed en verdiept hebt.
Bij dit groepsgesprek is geen formele gespreksleider nodig: iedere deelnemer is verantwoordelijk voor het gesprek en let goed op de anderen.

Stimulerende gespreksbijdragen:

  1. Belangstellende houding en oogcontact;
  2. Ondersteunende opmerkingen;
  3. Gezamenlijk de gespreksorde bewaken;
  4. Eigen vragen of onduidelijkheden aan anderen voorleggen;
  5. In de toon ruimte bieden voor andere mogelijkheden;
  6. Nuanceren in plaats van volledig afwijzen van elkaars bijdragen;
  7. Verbreden door eigen ervaringen of opvattingen in te brengen;
  8. Ordenen of samenvatten om de oogst van het gesprek te benoemen;
  9. Hypothesen formuleren;
  10. Dwarsliggen om aan te scherpen;
  11. Teruggaan naar de tekst;
  12. Evaluerende vragen stellen;
  13. Met respect op andere opvattingen reageren;
  14. Soepel omgaan met tegengestelde meningen;
  15. Relatie leggen tussen verschillende gegevens uit het fragment;
  16. Een eigen gespreksbijdrage duidelijk toelichten;
  17.  Ingaan op tegenwerpingen;
  18. Elkaar rustig laten uitpraten;
  19. Ruimte bieden voor stillere gespreksdeelnemers;
  20. Vragen om toelichting;
  21. Andere zienswijzen waarderen.