Homoniem DOE-DENK

Variant 1

Homoniemen: dat zijn woorden die je hetzelfde schrijft en die hetzelfde klinken en ook nog eens van dezelfde woordsoort zijn. Je schrijft ze dus hetzelfde én ze hebben dezelfde klank,  maar ze betekenen niet hetzelfde.

  • bal = dansavond en rond speelgoed
  • bank = meubel en financiële instelling
  • band = wiel en verbinding
  • raad = advies en bestuursorgaan
  • ….

Welke homoniemen ken jij? Geef een omschrijving van het homoniem in andere woorden. Maak rond ieder homoniem een woordweb en vergelijk deze met elkaar.  Kun je enkele voorbeeldzinnen maken waarin de betekenis van het homoniem goed tot uitdrukking komt? Nog een stap verder: kun je logische zinnen verzinnen waarin je beide woorden gebruikt en de betekenis van ieder homoniem in de zin ook klopt?

Variant 2: homografen

Naast homoniemen zijn er woorden die je wel hetzelfde schrijft, maar die niet dezelfde uitspraak of klank hebben. Vaak ligt de klemtoon anders. Dat zijn homografen.

  • leren (studeren) en leren (van runderhuid gemaakt)
  • weer (natuurverschijnsel) en weer (opnieuw)

Dan heb je nog de zogenoemde homografen-bommelwoorden, in verband met de de andere uitspraak die mogelijk is: bom-melding – bommelding. Wat levert dat voor beeld op? [ter verduidelijking staan de streepjes op de lettergreep waar het accent op ligt; je schrijft deze in schrijftaal echter niet!]

  • régent  en regént
  • vóórkomen en voorkómen
  • val-kuil en valk-uil (het dier)

Maak van de homoniemen of homografen jouw eigen fotopaar.

Variant: tegenstellingen ofwel antoniemen

Naast homoniemen, homografen en synoniemen (een ander woord met dezelfde betekenis, bijvoorbeeld opslag en salarisverhoging ) heb je nóg een groep: de antoniemen. Ofwel woorden die tegengesteld zijn aan elkaar. Zwart-wit; hoog-laag; arm-rijk (deze laatste twee zijn trouwens ook allebei homoniemen: arm  in de betekenis van niet rijk en een arm, het lichaamsdeel; rijk in de zin van niet arm en rijk in de betekenis van land/landen. Maak jouw eigen antoniemen bingokaarten!

Variant :  tweelingklanken ofwel homofonen

Sommige woorden lijken op elkaar. Ze zijn opgebouwd uit dezelfde klanken maar hebben verschillende betekenissen en behoren grammaticaal gezien niet tot dezelfde woordsoort. Omdat ze hetzelfde klinken, noemen we dat homofoon. Dat zijn woorden die hetzelfde klinken, maar die je niet hetzelfde schrijft.

  • bout en boud
  • Frank en frank (en vrij)
  • Jeugdmis  (wat is met de) jeugd mis
  • leiden en lijden
  • nog en noch
  • spelt en speld
  • stijger en steiger
  • ijs en eis
  • wij en wei
  • Of in het Frans haut en eau, in het Engels ate en eight of fare en fair.
  • en heel veel werkwoordvervoegingen: wordt – word; gebeurt – gebeurd; verandert – veranderd et cetera. ALARM bij spelling! De vorm die je in het dagelijks leven het meeste tegenkomt popt zo op in je brein en dat kan in een zin die jij moet schrijven bij spelling of in een werkstuk zomaar de verkeerde werkwoordsvorm zijn!

Ken je meer van dit soort woorden?

Taalvoutjes quiz

Tussendoortje: variant : Louis van Gaal Engels…

  • reis – rice (rijst)
  • lief – leaf (blad)
  • eer – ear (oor)
  • willen – will (zullen)
  • mes – mess (troep)
  • dier – dear (‘beste’,)
  • eekhoorn – acorn  (eikel)
  • rij – rye (roggen)
  • boor – boar (zwijn)

Autospelletje

In de auto of de schoolbus tijdens een reisje: “trekpotje” 2 kaartjes met homoniemen en per setje in een potje doen. Kaartjes trekken en zonder te noemen iets over je woord zeggen en de ander reageert in dezelfde lijn, maar juist vanuit de andere betekenis.

et cetera

Woordparen

Iedereen loopt door elkaar met een briefje in de hand met daarop de omschrijving van een woord. Iedereen gaat op zoek naar zijn maatje  (iemand met een definitie van hetzelfde woord in de andere betekenis). Hebben de paren elkaar gevonden, dan het woord op het bord schrijven.

Pictogramfamilie

Maak nu bij de woordparen pictogrambeelden. Gewoon met potlood, stift of verf of op de computer. Wie weet is de basisschool wel blij met jullie werk, want het zijn vaak hoofdpijnwoorden als je een taal gaat leren.

Pictogrammen zijn vormen van beeldtaal. Denk aan vliegvelden met alle bewijzering of de icoontjes van de meeste apps. Waar mensen snel informatie zonder veel uitleg nodig hebben, worden wereldwijd pictogrammen ingezet. Wat is kenmerkend voor een pictogram?  Helder en niet complex. Grafisch en snel te zien vanaf een afstand. Schaalbaar naar verschillende groottes zonder meteen aan afleesbaarheid te verliezen.  Vaak maken ze onderdeel uit van een huisstijl. Ze horen tot dezelfde familie. Dus ook jouw pictogrammen vormen met elkaar een herkenbare serie.

iconen social media

Spelen met taal is natuurlijk ook iets wat je doet binnen de lessen Nederlands. Daarom drie uitgewerkte lessen. Lessenserie Taalbeschouwing_MiekevanOs