Formuleren

Formuleren is een belangrijk onderdeel van het vak Nederlands in de bovenbouw. Leerlingen leren om fouten te herkennen en om te voorkomen dat zij zelf formuleringsfouten maken. Toch kunnen fouten wel heel grappig en zelfs leerzaam zijn, zoals bij de fragmenten van Draadstaal, De vliegende panters en De speld. Dat de juiste regels voor veel verwarring kunnen zorgen blijkt uit de de twee fragmenten uit Keek op de week over als en dan en dat en wat. Je mateloos ergeren aan formuleringsfouten kan natuurlijk ook, zo blijkt uit het fragment uit Toren C.

Overtreffende trap

Fred Onderbuik zit te mopperen tegen zijn vrouw Ria. Hun zoon Rocky is blijven zitten, terwijl veel Nederlanders van buitenlandse komaf allochtonen wel overgaan. Volgens Fred praten zij heel slecht Nederlands, terwijl hij zelf heel veel fouten maakt.

Er zijn vijf soorten dubbelopfouten: onjuiste herhaling, pleonasme, tautologie, contaminatie en dubbele ontkenning. Wanneer is het prettig en wanneer wordt het storend?
Is het storend als je in spreektaal ‘als’ en ‘dan’ door elkaar haalt?