Antwoorden

Draadstaal – Het goedste Nederlands – antwoorden

– is moeten gaan blijven zitten
– Terwijl hij dan een drie krijgt, maar die buitenlanders…
– naar het nieuwe jaar
– geboren en gewogen
– nota beide benen
– slechter ken spreken (als)
– allochtonie
– misschien heb hij het van jou
– gebrek aan intellectelaliteit
– groenige boekje
– gewoon een Nederlands meisje, die praat nu…
– weet ik veel wat voor Marokkaans land
– da ken toch nooit…
– niveau aanpassen aan haar anders begrijpen ze het niet
– die staat waar het op staat

De vliegende panters – Meisjes – antwoorden

  • Universeel gevoel
  • Gevoel van opportunisme
  • Grote steelpan
  • Sterren in de vorm van een beertje
  • Niet meer als een druppel in een hooiberg
  • Buitenlandse wezens
  • Ovulatietheorie van Darling
  • Afstammen van de ventielen
  • Zuidelijk Afrika
  • Culinaire oorlog
  • Dat kost duur
  • Ziekte van Alcaselzer
  • Is ze aan het demonteren?
  • Botfactuur
  • Arm in een Nutella
  • Valuminium innemen
  • Aan het confuus
  • Je gaat het revalideren
  • Het blijft een ministerie
  • Vaccinerend eigenlijk

Keek op de week – Dat en wat – antwoorden

1. dat – Het verwijst naar een zelfstandig naamwoord
2. wat – Het verwijst naar een onbepaald voornaamwoord, dus niet naar iets concreets.
3. dat – Het verwijst naar een zelfstandig naamwoord, naar iets concreets.
4. wat – Het verwijst naar een onbepaald voornaamwoord, dus niet naar iets concreets.
5. dat en wat mogen beide: als het verwijst naar het leuke zusje, gebruik je ‘dat’, verwijs je naar het feit dat we een zusje hebben gekregen, dus naar de hele zin, dan gebruik je ‘wat’.
6. wat – Na een rangtelwoord gebruik je ‘wat’.
7. wat – Je verwijst naar de hele zin, dan gebruik je altijd ‘wat’.
8. dat en wat mogen beide: Als het potlood het enige voorwerp is dat hebt bewaard, gebruik je ‘wat’, want je verwijst dan naar een hele zin. Als het potlood het enige potlood is dat je hebt bewaard, gebruik je ‘dat’, omdat je dan naar een concreet het-woord verwijst.
9. dat – Het verwijst naar een zelfstandig naamwoord
10. dat – Het verwijst naar een zelfstandig naamwoord.