Wie dronk Hector Henrnandez op?

Beluister dit boek van Dimitri Verhulst. Dimitri Verhulst, auteur van Problemski Hotel en De helaasheid der dingen, situeert zijn vertelling in Havanna. Wie dronk Hector Henrnandez op? is het verhaal van een blanke toerist die van een Cubaanse familie een hoogst belangrijke opdracht krijgt…

Klassieke boekverwerking: WIE DRONK HECTOR HERNANDEZ OP?

Deze luisteropdracht hoort bij het kortverhaal Wie dronk Hector Hernandez op? van Dimitri Verhulst. De vragen gaan over het plot, het thema, het vertelperspectief,  de verteltijd en vertelde tijd, de ruimte, de personages en de stijlfiguren.

Jouw persoonlijke mening: ik vond het verhaal

  • saai
  •  interessant
  •  grappig
  • verwarrend
  •  ………………………………….

Welke van onderstaande omschrijving past best bij het verhaal?

  • boordevol actie
  • mengeling van actie en gesprekken
  • voornamelijk gesprekken
  • het verhaal drijft op gesprekken er is vrijwel geen actie

Context: in welke context speelt het verhaal zich af: …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

Wat is de nationaliteit van de auteur?

  • Vlaming
  • Belg
  • Nederlander
  • Cubaan

Hoe noemen we een vertelling van deze lengte?

  • sprookje
  • roman
  • legende
  • kortverhaal

We rekenen dit verhaal tot de …

  • oude literatuur
  • historische literatuur
  • moderne literatuur
  • hedendaagse literatuur

Tijd: wanneer speelt het verhaal zich af?

  • de jaren ‘90
  • de jaren ‘80
  • de jaren 2000
  • 2012

Geef twee voorbeelden uit het verhaal waaruit je dit kunt afleiden : .…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

Hoeveel tijd verloopt er tussen het begin en het einde van het verhaal? (= vertelde tijd)

  • een paar uur
  • een halve dag
  • een week
  • minstens anderhalve week

Dit verhaal wordt verteld in de…

  • verleden tijd
  • tegenwoordige tijd
  • toekomstige tijd

Wat is de verteltijd van dit verhaal?

  • 15 minuten
  • 30 minuten
  • 20 minuten

Ruimte: waar speelt het verhaal zich voornamelijk af?

  • Durbuy
  • België
  • Cuba
  • Vlaanderen

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

Omschrijf de cultuur, kenmerken, politieke situatie van dat land.

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

Op welke momenten kom je erachter dat er een verschil is tussen de achtergrond van de hoofdpersoon en die van de mensen in Cuba?

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

Perspectief : de verteller in dit verhaal…

  • verteller is alwetend (hij laat steeds merken dat hij weet hoe het verhaal verder gaat) , almachtig (hij maakt voortdurend duidelijk dat hij met personen en situaties kan doen wat hij wil). (=auctoriale verteller)
  • is als ik-figuur verteller-hoofdfiguur: zijn psychische reacties staan in het centrum van de gebeurtenissen. Deze ik-verteller verschilt van die in de auctoriale vertelsituatie, omdat de laatste (de auctoriale dus) niet deelneemt aan de handeling.
  • vertelt het verhaal in de derde persoon ( =het personele perspectief)
  • is als ik-figuur verteller-getuige. Hij schrijft vanuit de buitenkant van de handeling.

Hoofdpersonage: wie is de hoofdpersonage, wat kom je over deze persoon te weten en hoe komt die daar terecht?

Beschrijf het hoofdpersonage

Uiterlijk

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

Innerlijk

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

Hector Hernandez

  •             is voorstander van Fidel Castro
  •             is koffieliefhebber
  •             neemt het op voor de mensenrechten
  •             is tegenstander van Fidel Castro

Plot & Thema: wat is het thema van dit verhaal?

………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

Taal: welk taalgebruik hanteert de schrijver?

  • eenvoudig
  • typisch voor een bepaald milieu
  • dialectisch
  • poëtisch
  • zakelijk
  • onderhoudend
  • humoristisch

Stijlmiddel: welke middelen en stijlfiguren zet Verhulst in om een humoristisch effect te bewerkstelligen? Wijs per stijlfiguur tekens een moment in het verhaal aan.

  • Antithese: een antithese is een tegenstelling. Je combineert twee zaken met tegengestelde eigenschappen met elkaar.
  • Cynisme: wrede gevoelloze spot. Cynische opmerkingen maak je vaak uit frustratie.
  • Eufemisme: het op een verzachtende manier / nette manier onder woorden brengen van iets dat heel naar of onsmakelijk is. Voorbeeld: ingeslapen’ = overleden; ‘vomeren’ = kotsen
  • Hyperbool: iets erger maken dan het is. Voorbeeld: ik sta hier al eeuwen op je te wachten…; hij schrok zich wezenloos.
  • Understatement: iets minder erg maken dan het is. Voorbeeld: het plan om een paar centen binnen te halen kon hij wel vergeten.
  • Ironie: een milde vorm van spot. Een ironische opmerking is nooit kwetsend, dan spreek je van sarcasme. Vaak bedoelt de spreker het tegenovergestelde van wat hij zegt.
  • Paradox: een paradox is een schijnbare tegenstelling. In eerste instantie lijkt het alsof de bewering niet klopt, maar als je er even over nadenkt, zie je de waarheid ervan in.
  • Retorische vraag: een vraag die eigenlijk een mededeling is. Je kunt geen antwoord op de vraag geven, omdat het antwoord al in de vraag opgesloten ligt.
  • Sarcasme: bijtende spot, die (anders dan ironie) niet vriendelijk is bedoeld, maar juist bedoeld om iemand naar beneden te halen.
  • Tautologie: je herhaalt twee keer dezelfde woordsoort. Voorbeelden: enkel en alleen; gratis en voor niets; eenzaam en verlaten.
  • Woordspeling: je speelt met de dubbele betekenis van een woord, met de letterlijke en de figuurlijke betekenis. Voorbeeld: Muizen drinken nooit alcohol, omdat ze bang zijn voor een kater.